Goed even resumerend, Jan gebruikte hoogst waarschijnlijk een tempera gecombineerd met olie. In zijn onderzoek met bindmiddelen kwam hij hierdoor op een vette tempera dat waarschijnlijk gemaakt is met zon-ingedikte lijnolie. De tempera was op eigeel basis en samen met de olie en hars werd deze verf vloeiender. Om dit bindmiddel makkelijk te kunnen gebruiken werd er ook terpentijn aan toegevoegd. Want om te kunnen glaceren moet de verf makkelijk smeerbaar zijn. Misschien volgens reeds genoemde Pim Brinkman zou hij daarbij een lood siccatief hebben gebruikt. Misschien dat Jan tussendoor ook een vernis gebruikte om de kleuren 'op te halen'  en helderder te krijgen. Er zijn namelijk diverse uitlatingen bekend waarin blijkt dat zijn werk een vreemde en sterke geur had. 

Volgens mij gebruikte Jan en Hubert over de eerste tekening een pure tempera verf wat ook gebruikelijk was in zijn tijd en wat je als je goed kijkt ook kunt terugvinden...

Want toen ik nauwkeurig het schilderij ' man met blauwe kaproen' bestudeerde en vooral naar een detail wat niet op de voorgrond staat zoals bijvoorbeeld het oor

...kon ik mij niet aan de indruk ontrekken dat ik daar duidelijk arceer-achtige streekjes zag. Een techniek dat zowel bij de Vlamingen als bij de Italianen in die tijd een gebruikelijke methode was om temperaverf te gebruiken. (tempera wordt namelijk heel gauw vlekkerig als men dit in grote vlakken aanbrengt). Daarbij wordt ook in verschillende schilderboeken vermeld dat de verf 'puntig'  moet worden aangebracht. Vergeet niet dat in die tijd voornamelijk met ronde puntige penselen werd geschilderd! U moet uiteraard begrijpen dat in de vroege Renaissance het tekenen en ontwerpen (il disegno) aan alles vooraf ging en dat daar het hele schilderproces aan ten grondslag lag!

voorstudie van Kardinaal Niccolo Albergati.

Om er echt achter te komen hoe dit proces zou hebben kunnen verlopen, ben ik voor deze lezing zelf maar eens in het penseel gekropen! Helaas wordt er in de tijd van de van Eycks niets geschreven over de techniek van Jan...daarvoor moeten we ongeveer een eeuw verderop gaan zoeken en wel in de tijd van Rubens. Het is bekend dat Rubens schilderde in de traditie van de vroege Vlamingen. De methodiek en techniek van Peter Paul Rubens is vooral opgeschreven door zijn arts die ook een grote interesse had in de schilderkunst, Theodor de Mayerne 1573 - 1655. In het Mayerne-manuscript beschrijft hij minitieus de werkwijze van Rubens en de 'lagen' opbouw die afkomstig was van Jan ven Eyck.

Die lagen-opbouw bestond uit de volgende lagen; na de tekening met daaroverheen een (vleeskleurige) laag ' kwam eerst het ' aanleggen' of de zogeheten 'doodverf stadium' , daarna 'opwerken' of 'opschilderen' dat bestaat uit het diepen/schaduwen en hogen/lichten en verder detailleren, daarna kwam het 'nazien' waarin de 'haartjes' bestaande uit minitieuze streekjes werden aangebracht! In het 'opwerk' stadium werden ook dunne laagjes verf aangebracht in de vorm van glacis om genuanceerde kleuren laagsgewijs over elkaar te mengen! (langdurig proces!)

Om te beginnen is het 'lumineuze' schilderen van Jan gebaseerd op een totaal sneeuwwitte krijtgrond dat op paneel werd aangebracht. Hierop werden de eerste lijnen met zilverstift aangebracht.Dit zal ik u laten zien doormiddel van een tekening op wit paneel dat ik van mijn oor heb gemaakt!

 

Vervolgens was het gebruikelijk om met een zwarte lijmverf of inkt de tekening 'schaduwend' aan te brengen met een puntig penseel.

het aardige is nu, dat wij de ondertekeningen van van Eyck via infra-rood opnames goed kunnen bekijken, wij kunnen zien dat ook Jan soms flink moest corrigeren! Van hoofdtooien tot zelfs gehele ogen moest hij verplaatsen tijdens het werk! Niets menselijks was ook hem vreemd!

Hier overheen werd dan een 'incarnaat' achtige kleurlaag aangebracht waarschijnlijk met een vernisachtig bindmiddel....later is dat de zogenaamde 'imprimatuur'  gaan heten.

Met moet hierbij in acht nemen dat alles vanuit een transparantie moet worden geschilderd want het licht moet door alle lagen kunnen heendringen!

Hierover werden met witte (vette) tempera de eerste hogingen aangebracht!

Vervolgens werd m.i. het uitgebreide en consequent doorgevoerde 'doodverf' laag die uit licht en schaduw ofwel het 'chiasoscuro', in zwart en witte vette tempera bestaat, erover heen geschilderd . Nogmaals we leven met Jan in de tijd dat de Aristotelische kleurenleer nog volop in zwang is. Dus dit houdt in dat alle kleuren voortkomen uit zwart en wit! Toon was in die tijd namelijk belangrijker dan kleur! Dit kan men mooi lezen in het tractaat van de Italiaanse schilder architect en min of meer tijdgenoot van Jan: Leon Battista Alberti. Hij schreef dit in zijn beroemde werk ' Della Pittura' of te wel: Over de schilderkunst.

Het volgende citaat uit boek II ( ik heb hier voor u de Engelse vertaling): "Indeed, I agree that a wide range and variety of colours contribute greatly to the beauty and attraction of a painting. But I would prefer learned painters to believe that the greatest art and industry are concerned with the disposition of white and black, and that all skill and care should be used in correctly placing these two. Just  as the incidence of light and shade makes it apparent where surfaces become convex or concave, or how much any part slopes and turns this way or that, so the combination of white and black achieves what the Athenian painter Nicias was praised for, and what the artist must above all desire: that the things he paints should appear in maximum relief."

wordt vervolgd

Renée Schouten

29 maart 2020

Hallo Maarten, Wat een leuk verhaal. Van het boek Della Pittura van Leon Battista Alberti bestaat ook een Nederlandse vertaling: De schilderkunst, uitgegeven door uitgeverij Sun in 2011. Ik heb het toevallig onlangs cadeau gekregen. Groet, Renée


Reageer op dit bericht